• Interview
  • Leestijd: ± 6 min.
  • Tekst: Clemens van Diek
  • Beeld: Clemens van Diek

Terugblikken met ultieme alumnus

Wim van den Goorbergh (1948, Breda) kan getypeerd worden als de ultieme Tilburgse alumnus. Ruim een halve eeuw is hij aan de universiteit gelinkt. Van student, medewerker, hoofddocent, promovendus, Vriend van Cobbenhagen tot adviseur-bestuurder. Zijn vrouw leerde hij er kennen, en zoon Rob studeerde en promoveerde eveneens in Tilburg. Op vier locaties halen we herinneringen op.

Na zijn gymnasium-B (summa cum laude) in Den Haag begon Wim in 1966 aan zijn studie econometrie aan de Faculteit Economische Wetenschappen. Hij sloot zich aan bij Olof-dispuut Iduna. Het studeren ging de slimme en leergierige jongeman bijzonder goed af. Al na vijf jaar kon Wim zijn doctoraalbul tekenen, cum laude weer, waarna hij in 1971 werd aangetrokken door professor Dick B.J. Schouten, een roemruchte econoom en onder andere SER-kroonlid (1958-1992). Het waren de roerige jaren zestig, de wereld stond op zijn kop: Vietnam, Praagse lente, rebelse popmuziek, Parijse studentenrevolte. Ook de Katholieke Hogeschool Tilburg werd wakker geschud. De eerste universitaire bezetting in Nederland vond er plaats, de opwarmer voor de bekendere Maagdenhuisbezetting later dat jaar.

Student en bezetter. Locatie: Aula

Aan de aula heeft Wim veel herinneringen: in 1969 de bezetting, zijn promotie in 1978 en die van zijn zoon in 2004. Later bijeenkomsten van de Vrienden van Cobbenhagen en het Nexus Instituut.

Wim: “In moderne termen kun je zeggen dat de bezetting in 1969 het gevolg was van het verzet tegen de verouderde governancestructuur van universiteiten. Medewerkers van hoogleraren hadden geen positie in het bestel, studenten hadden amper inspraak. Inhoud en vorm van het onderwijs, en externe bewegingen – Vietnam, Parijs – leidden ertoe dat medewerkers en studenten in opstand kwamen tegen de bestaande structuur.” “Ik was aanvoerder van studentenfractie Appèl. Op welke wijze de hervormingen gestalte moesten krijgen, daarin verschilden we van mening met de radicalere studenten van Links Front, die het pleit wonnen. Maar er was grote eensgezindheid over het feit dat medewerkers en studenten een goede plaats in het nieuwe bestel moesten krijgen.” Zo stond hij daar de visie van zijn achterban te verkondigen, in een bomvolle aula, en te onderhandelen met de autoriteiten. “Er was een enorme opgewondenheid. Uiteindelijk ging het, zoals zo vaak, om een paar zinnen in een nota die anders geformuleerd moesten worden. Het was vooral opwindend getuige te zijn van wat we aanvoelden als een historische gebeurtenis.”

“Het was een gemoedelijk leventje als onderzoeker/docent.”

Wim van den Goorbergh

Medewerker en promovendus. Locatie: ‘De Vijfde’

Het Koopmansgebouw is deze vrijdagmiddag verlaten. Op ‘De Vijfde’ legde Wim de basis voor zijn latere succesvolle loopbaan. “Grappig, bij de Rabobank zat de raad van bestuur ook op de vijfde.”

Wim zoekt zijn oude werkkamer, waar hij in de jaren zeventig medewerker was bij de vakgroep Algemene Leer en Geschiedenis van de Economie. Dit is het domein waar hij zijn proefschrift ‘Een macro-economische theorie van de werkgelegenheid’ (1978, cum laude) schreef. Hij opent de deur van wat ooit de ‘Schoutenkamer’ was. Dit was het centrum van ‘De Tilburgse School’, een hechte economiegroep, met eigen modelaanpak. Machtig in de facultaire hiërarchie, in een wereld waar de macro-economie nog de boventoon voerde. Naast Schouten zaten ook de hoogleraren Ad Kolnaar en Theo van de Klundert plus de nodige medewerkers in de vakgroep. De monetaire hoogleraren Hans Bosman en Jacques Sijben zaten aan de overkant van de gang. “De nadruk in die tijd lag sterk op de reële economie. Monetaire economie was ondergeschikt, heette toen nog Geld-, Krediet- en Bankwezen. In de jaren zeventig speelde de instabiliteit van het financiële systeem geen grote rol in onderzoek en onderwijs. Tegenwoordig ligt de nadruk juist sterk op monetaire factoren en financiële markten.”

Wim: “We gingen collegiaal met elkaar om. ’s Morgens kwam je op kantoor, bereidde colleges voor of ging werken aan een artikel of proefschrift. Als wetenschappelijk medewerker werd je geacht te promoveren. Rond elf werd de koffie netjes langs gebracht. Tegen lunchtijd ging je met zijn allen in de kantine eten. Soms ging ik een eindje wandelen in de Warande met mijn latere echtgenote. In 1974 zijn we getrouwd. Ja, het was een gemoedelijk leventje als onderzoeker/ docent.”

Toch werd zijn tijd op de vijfde ook gekenmerkt door de na-ijleffecten van 1969. “Er was een sterke drang om het onderwijs te vernieuwen via het streven om een vak politieke economie in te voeren. Wij, algemeen economen, waren onderwerp van kritiek. We zouden op een ouderwetse traditionele manier ons vak beoefenen.” Zo uitte de werkgroep Politieke Economie flinke kritiek op de vakgroep in de publicatie Zur Kritik des fünften Stockes. Een gepolariseerde periode brak aan. Na het nodige bestuurlijke gehakketak en een korte bezetting werd de leerstoel Politieke Economie en Maatschappelijke Orde (PEMO) ingevoerd, die overigens in het midden van de jaren negentig weer van het toneel verdween. In 1980 besloot Wim zijn loopbaan te vervolgen bij de Rabobank. Hij bleef er 22 jaar aan verbonden, groeide door tot lid van de raad van bestuur (1993) onder Herman Wijffels, chief financial officer (1998) en plaatsvervangend voorzitter van de Raad van Bestuur (2000). Daar ontdekte Wim ook dat monetaire economen niet echt kennis hadden van de financiële praktijk. Banken deden meer dan bemiddelen tussen spaarders en kredietvragers. Ze waren ook gewoon bedrijven die winst nastreefden, zelf belegden en te dealen hadden met klanten, werknemers en aandeelhouders. Toch andere koek.

“Deze zaal was te groot voor dialoog en de docent communiceerde wellicht zo duidelijk dat vragen stellen niet nodig was.”

Wim van den Goorbergh

Docent. Locatie: GZ 101

In de grote zaal in het Goossensgebouw (destijds gebouw C) gaf Wim college aan een paar honderd studenten.

Wim kijkt nog even terug naar de tijd dat hij lesgaf aan de universiteit: “In het tweede jaar doceerde ik over de determinanten van economische groei en de geschiedenis van het economisch denken. In het derde jaar behandelde ik de conjunctuur- en structuurtheorie, de economische ontwikkeling op middel- en lange termijn en rapporten van het Centraal Planbureau en De Nederlandsche Bank.”

“Doceren vond ik bijzonder leuk. Hoewel er nog geen beoordelingen achteraf waren, hoorde je natuurlijk weleens wat over je prestaties. Het was vooral zenden. In hoorcolleges legde je de theorie uit, met beperkte ruimte voor vragen. Daar waren werkcolleges voor. Deze zaal was te groot voor dialoog en de docent communiceerde wellicht zo duidelijk dat vragen stellen niet nodig was.” (lacht) “De student in die tijd was nieuwsgierig. Tachtig procent was bedrijfseconoom. Die vonden algemene economie doorgaans een lastig vak. Ik had weinig moeite om de aandacht vast te houden. Als docent moet je relatief complexe zaken eenvoudig kunnen uitleggen. Daar had ik een zeker talent voor. In mijn Rabobankperiode heb ik daar veel plezier van gehad toen ik beleid moest uitleggen en verantwoorden voor een brede lokale achterban.”

Bestuurder en adviseur. Locatie: Tiasgebouw

Twee herinneringen hier: als Tias-commissaris (1998-2005) en voorzitter Raad van Toezicht van het Nexus-instituut, dat hier een tijdje was gehuisvest.

Wim: “Tias is belangrijk omdat wetenschappelijke kennis naar de maatschappij wordt gebracht. Bij iedere economische faculteit hoort eigenlijk een business school. Nexus wil het Europese humanisme nader bestuderen en uitdragen met het tijdschrift, de prestigieuze Nexus-lezing en conferenties. Een keur aan prominente sprekers passeerde de revue, ik denk aan de toenmalige president van Duitsland, Von Weizsäcker en mevrouw Gandhi. Ik vond Nexus een waardevolle aanvulling op de katholieke identiteit van de universiteit, en heb me graag ingezet om de samenwerking met de universiteit te bevorderen. Helaas is dat uiteindelijk niet gelukt.”

Boodschap voor de 90-jarige

Wim: “Het motto van de universiteit, Understanding Society, draagt het risico in zich van de vrijblijvendheid. Je wilt de maatschappij wel begrijpen, maar je aarzelt om je ermee te verbinden. Het thema van het lustrum, Connecting people and knowledge, is een waardevolle aanvulling daarop. Ik wens de universiteit hier heel veel succes mee.”

Wat vindt u van dit artikel?

Wilt u ook terugblikken op bijzondere momenten bij Tilburg University? Deel uw verhaal met ons via alumni@tilburguniversity.edu.

Gerelateerde artikelen